Schepenhuis
Info
Het lage gedeelte van het Schepenhuis kwam vermoedelijk tot stand vóór 1288 en is daarmee één van de oudste schepenhuizen van Vlaanderen. In 1374-1379 leidde Hendrik Mys uten Anker de bouw van de naastgelegen nieuwe vleugel, die hoger opgetrokken werd.
Het stadsbestuur stond het gebouw in 1473 af aan het Parlement van Mechelen (1473-1477), het hoogste rechtscollege van de Nederlanden, dat onder andere het nog aanwezige plafond op de verdieping van het Nieuw Schepenhuis liet aanbrengen.
In dezelfde ruimte liet de opvolger van het Parlement, de Grote Raad van Mechelen, in 1525-1526 door Frans Sanders een muurschildering van het Laatste Oordeel realiseren.
Na de verhuis in 1616 van de Grote Raad naar het vroegere paleis van Margareta van Oostenrijk kreeg het Schepenhuis verschillende functies waaronder gildekamer voor de kolveniers en voor de rederijkers van de Peoene (17de en 18de eeuw) en locatie voor de stedelijke academie en het stadsmuseum (19de eeuw).
Tussen 1897 en 1991 diende het gebouw als stadsarchief. Een brand kort voor de Eerste Wereldoorlog liet zowat alleen de muren van het Oud Schepenhuis overeind, terwijl ook de oorlog schade meebracht. De lange, gefaseerde restauratie van het hele gebouw duurde tot 1938.
Nadat het stadsarchief in 1991 uit plaatsgebrek verhuisde, werd het Schepenhuis in 2000-2004 gerestaureerd en ingericht als museum voor middeleeuwse kunst. Na een in 2017 opgestarte herinrichting zijn hier vanaf september 2018 het onthaal en kantoor van Toerisme en UiT in Mechelen gehuisvest.