Campagnebeeld Open Monumentendag 2021

Huis Eygen Heerd

Info

Het verhaal De meeste abdijen hadden één of meer zogenaamde refuges, plekken in de stad waar in geval van (dreigende) oorlog de paters zich konden terugtrekken. Maar zo’n refuge deed ook permanent dienst als gastenverblijf en woonplaats van de rentmeester van de abdij; dat was een soort zaakwaarnemer in de ‘echte’ wereld. Omdat het er veiliger was, bewaarde men er belangrijke documenten en andere kostbare voorwerpen. Op zolder lag de reserve van graan opgeslagen dat de pachters kwamen afleveren aan het eind van het jaar. De Leuvense refuge van de abdij van Park bevond zich op een terrein tussen de huidige Minderbroedersstraat, Parijsstraat en het Pater Damiaanplein. Er wordt al melding van gemaakt in het jaar 1400 en we weten dat de erfgenamen van niemand minder dan de grote Dirk Bouts (+1475) vlak bij die plek in twee fasen hun eigendom verkopen aan abt Van Tuldel. Die laat een nieuwe refuge bouwen en neemt daarin twee van de vier aangekochte huizen op. Als de hertog van Alva zijn hoofdkwartier vestigt in de Parkabdij (1568), verblijven de paters hier en blijven ze er ook een kleine twintig jaar. Zijn grootste omvang bereikt het toentertijd barokke complex kort na 1660, bij de laatste grote bouwcampagne onder abt Libert De Pape. Het refugehuis van Park, waarvan een deel ook werd verhuurd, was groot. Dat moest ook wel, om al zijn functies te kunnen vervullen: woning (van de rentmeester en de conciërge), abtskwartier, logementshuis, toevluchtsoord, bakkerij ook en opslagplaats voor graan… Het complex bestond uit een tiendenschuur en stallingen, een zomerhuis in de achtertuin dat werd verhuurd, een kapel, het hoofdgebouw en een binnenplaats. Je betrad het door een monumentale toegangspoort. Een paar keer per jaar, onder meer op Leuven Kermis, hielden de norbertijnen hier een feestmaal. In onrustige tijden werd de refuge soms opgeëist. Dat gebeurde bijvoorbeeld door de Spaanse troepen in 1689, en door Franse militairen in 1710, toen de Spaanse Successieoorlog ook in onze streken woedde. Het refugehuis werd door de norbertijnen in 1794 in verschillende loten verkocht om de Franse oorlogsbelasting te kunnen betalen. In de 19de en ook nog in de 20ste eeuw werden grote delen afgebroken en kwam er een jezuïetencollege en -huis in de plaats, naast wat nu Eygen Heerd is (zie hieronder). Tot de jezuïeten in de jaren 1950 naar Heverlee verhuisden en de panden in de Minderbroedersstraat en de Parijsstraat aan diverse kopers werden verkocht, waaronder de Boerenbond en het Sint-Pieterscollege. In de jaren 1970 en 1990 verdwenen dan de laatste sporen van het refugium (en ook van de jezuïeten), op huis Eygen Heerd na. Op deze plek bevinden zich nu het sportcomplex van het Sint-Pieterscollege, woonzorgcentrum Dijlehof en diensten van de KU Leuven Eygen Heerd (Minderbroedersstraat 5) Dit huis, ooit een onderdeel van het huizenbezit van de familie Bouts, maakte sinds de jaren 1480 deel uit van het refugium van de Parkabdij, hoewel het in de zogenaamde ‘wijkboeken’ pas veel later voor het eerst wordt vermeld als ‘Schutteputtehuis’. Het was een onderdeel van het royale kwartier van de abt. In 1797 werd het verkocht. In 1871 kocht P.P.M. Alberdingk Thijm (1827-1904) het pand aan, met nog volop elementen uit de 18de eeuw (o.m. bordestrap en stucplafonds). Thijm was professor Nederlandse Letterkunde en een van de stichters van het Davidsfonds. Het is naar zijn lijfspreuk dat het huis nog altijd wordt genoemd: Eygen Heerd (is Goud weerd). Sinds 1946 is Eygen Heerd eigendom van de KU Leuven. Het deed een tijd dienst als pedagogie voor vrouwelijke studenten en werd in de jaren 1990 gerenoveerd. Hier werkt nu de Dienst Fondsenwerving en Alumnirelaties. Wat? Gegidste rondleiding in huis Eygen Heerd Waar? Minderbroedersstraat 5 Duurtijd? 60 minuten Maximaal aantal: 20 Tijdstip: 10u-11u - 12 u – 14 u – 15u _-16u Inschrijven: leuven.be/openmonumentendag