U bent hier:

Van Eyck: 6 weetjes om mee te praten als een kenner

Engel door Jan van Eyck

Van Eyck: 6 weetjes om mee te praten als een kenner

Het kan een mens moeilijk ontgaan: 2020 is het jaar van Jan van Eyck. In Gent maar ook in andere steden wordt de Vlaamse Meester uitgebreid gevierd. Met deze 6 essentiële weetjes surf je mee op de hype.


1. Hij was (niet écht) de uitvinder van de olieverftechniek

Volgens Giorgio Vasari (het zestiende-eeuwse equivalent van een showbizz-site) was van Eyck de uitvinder van de olieverf. Er is intussen bewijs dat de verf al honderden jaren eerder in gebruik was. Het staat echter buiten kijf dat van Eyck de olieverftechniek perfectioneerde.

Wie over dat bijzondere kleurgebruik alles wil te weten komen rept zich vanaf 13 maart naar de tentoonstelling Kleureyck in Design Museum Gentgratis met je museumpas.

 

2. Hij was de meester van de selfies (en andere portretten)

Van Eyck was een excellent portretschilder, en een van de mooiste werken is volgens kunstkenners wellicht een zelfportret. De 'man met de rode tulband' (zie onderaan) zou Jan van Eyck zelf zijn. De intense kleur, het vermetele gebruik van olieverf en van Eycks scherpe oog voor detail zorgen ervoor dat de schilder ons aankijkt alsof hij zo uit het kader gaat springen. En dat allemaal zonder selfiestick.

 

3. Hij leerde zijn volk signeren

Het gebruik van het signeren van kunstwerken ontstond ergens begin de vijftiende eeuw. Van Eyck was een van de eersten die zijn naam onder zijn werk zette, meer bepaald 'Johannes de Eyck'. Hij voegde er in sommige gevallen nog een motto aan toe: Als ich kan – wat zoveel zou betekenen als 'zo goed ik kan'. Een vleugje beroepseer met een gezonde portie bescheidenheid.

 

4. Er zijn maar weinig werken van hem bewaard

Er zijn niet zo heel veel van Eycks bewaard. Slechts een twintigtal stuks, allen gedateerd tussen 1432 en 1439, zijn aan hem toegeschreven. Geen wonder dat de expo Van Eyck – een optische revolutie in het Museum voor Schone Kunsten Gent zo'n internationale belangstelling wekt: de expo brengt maar liefst de helft van de werken samen, en is daarmee de grootste van Eyck-expo ooit.

Met een museumpas betaal je uitzonderlijk een supplement van 22 euro.

 

5. Hij had hoge heren te vriend

Van Eyck was hofschilder aan het Bourgondische hof dat in die tijd bestuurd werd door hertog Filips de Goede. Het centrum van de Bourgondische Nederlanden situeerde zich in Brugge, en dus eert ook het Groeningemuseum in Brugge Van Eyck met een expo rond twee van zijn topwerken (vanaf 12 maart, gratis met je museumpas).

Filips de Goede was voor van Eyck ook letterlijk een goed man, want hij bezorgde hem financiële zekerheid en naast zijn schilderopdrachten ook een job als diplomaat.

 

6. Het Lam Gods schilderen was een familieactiviteit

Het beroemdste werk van van Eyck is natuurlijk het Lam Gods, het reusachtige altaarstuk dat de Gentse Sint-Baafskathedraal siert. Niet alleen Jan maar ook zijn broer Hubert en volgens sommige bronnen zelfs de derde broer Lambert van Eyck zouden aan dat huzarenstuk meegewerkt hebben.

Het middenpaneel, met het bloedende lam, onderging de afgelopen jaren een ingrijpende restauratie. Daarbij bleek dat onder de toplaag aan olieverf een 'tweede' lammetje zat, met een veel menselijker gezicht – het gezicht van de Schepper. Een beetje een bizar zicht, dat in de zestiende eeuw overschilderd zou zijn. 

De prachtig gerestaureerde binnenpanelen bewonder je in de Gentse Sint-Baafskathedraal. De buitenpanelen maken deel uit van de expo in het MSK.

 

Lees ook ...

 

Op zoek naar nog meer fijne vrijetijdstips? Schrijf je dan in op de nieuwsbrief van UiTinVlaanderen. Elke donderdag valt er een overzicht in je mailbox van wat er de komende week in Vlaanderen en Brussel te beleven valt.