U bent hier:

De Zesdaagse van Gent: 6 weetjes voor absolute beginners

De Zesdaagse van Gent: 6 weetjes voor absolute beginners

De Zesdaagse van Gent: 6 weetjes voor absolute beginners

Wil je meepraten over de Zesdaagse? Lees dan eerst even dit en val niet door de mand.


Van 12 tot 17 november wordt in Gent de Zesdaagse gereden. De wedstrijd lokt tienduizenden bezoekers - er moet dus wel méér aan zijn dan zes dagen rondjes rijden.

Met deze basisweetjes kan je de meeste gesprekken wellicht volgen - en er misschien zelfs iets aan toevoegen.

 

1. Die fietsen hebben geen remmen

Elke gram vertraagt een fiets, dus alle overbodige onderdelen worden overboord gegooid. En daar gaan ze bij het baanwielrennen vrij ver in. Een wielerbaan is een perfect voorspelbaar parcours - waarom zou je remmen nodig hebben? Ook versnellingen zijn er niet, want er zijn geen hellingen en je hebt nooit tegenwind.

 

2. Het brommertje waar de renners achteraan rijden, heet een derny

Iedereen kent wel het typische beeld van baanwielrennen waarbij een renner vlak achter een zware man op een brommertje aan fietst. Het heeft zelfs iets komisch.

Zo'n brommertje heet een derny (naar het Franse merk dat ze vroeger produceerde) en de man die erop rijdt is de gangmaker. Het is zijn taak om de renner uit de wind te zetten. Hij rijdt daarom met de benen iets uit elkaar en draagt extra dikke kleren.

Hij bepaalt de tactiek, de snelheid, de timing van versnellingen ... Dat vergt enig koersinzicht - daarom is het vaak een ex-wielrenner.

  

3. Er zijn maar 24 deelnemers

Tijdens de Zesdaagse van Gent strijden amper 12 teams van elk twee renners naar de eindoverwinning. Het bekendste duo dit jaar is wellicht Iljo Keisse en Mark Cavendish. Gentenaar Keisse won al zeven keer de eindtitel en is zonder twijfel publiekslieveling.

Heb je zin om te supporteren, maar niet om in de drukte te gaan staan? Ga dan naar De Karper, het gezellige café van Iljo's vader Ronie, vlakbij Gent-Sint-Pieters.

 

4. Wie de meeste rondjes rijdt, wint

Vroeger moesten de teams effectief zes dagen aan een stuk rijden - elkaar afwisselend, uiteraard. Nu werken de 12 teams dagelijks een druk programma af van races in allerlei vormen, zoals ploegkoersen, afvalraces, tijdritten en dernyraces

Met elk onderdeel vallen punten te verdienen. Daarbij kunnen ze ook bonusrondes De ploeg die na zes dagen de meeste rondjes heeft gereden, wint de Zesdaagse van Gent. Al is het ingewikkelder dan dat, want per honderd punten wordt ook een bonusronde toegekend.

 

5. Het Kuipke is een hele kleine velodroom

't Kuipke, de beruchte velodroom waar de Zesdaagse van Gent wordt gereden, dankt zijn naam aan zijn formaat. De omtrek meet namelijk slechts 166,66 meter, wat voor duizelingwekkend steile bochten en spectaculaire races zorgt. Ter vergelijking: voor olympische wedstrijden moet een velodroom minstens 250 meter lang zijn.

Het publiek zit deels in tribunes rond de baan, waar je het beste zicht hebt op de wedstrijden. Wie voor de sfeer komt, kiest voor een staanplaats op het middenplein. Op luttele meters van de atleten is de wedstrijdspanning heerlijk voelbaar.

 

6. Er zijn meerdere zesdaagses

Als iemand je rond deze tijd vraagt of je naar de Zesdaagse gaat, hoef je niet te vragen: "Dewelke?" De Zesdaagse van Gent is zo populair dat het alle andere in de schaduw zet.

Toch is het interessant om te weten dat dit concept al in de 19de eeuw werd georganiseerd en sindsdiens op tientallen plaatsen werd gereden. Ook vandaag zijn er nog zesdaagses in o.a. Rotterdam, Berlijn en Londen.

 

Lees ook ...

 

Op zoek naar nog meer fijne vrijetijdstips? Schrijf je dan in op de nieuwsbrief van UiTinVlaanderen. Elke donderdag valt er een overzicht in je mailbox van wat er de komende week in Vlaanderen en Brussel te beleven valt.