Molen "Arbeid Adelt"

Waar

Molen "Arbeid Adelt"

Torenstraat 12
2380 Ravels

Over deze locatie

STELLINGMOLEN: Wie van Weelde-Straat naar Weelde-Station rijdt, ziet de molen nabij de St.-Michielskerk van ver oprijzen. In 1850, bouwde de in deze streek goed bekende molenbouwer Van Himbergen deze wind- en olierosmolen voor de familie Bax-Pelkmans uit Weelde. Na een kleine 25 jaar verkocht deze hem aan de familie Verheyen-Dries. De molen bleef een flinke tijd in handen van de familie Verheyen. Zo nam Carolus (Karel) Verheyen, die met Angelina (Lien) Van de Wouwer was getrouwd, hem van zijn ouders over. Lien zorgde in 1951 voor een feest zoals Weelde nog maar zelden gezien had. Zij werd namelijk honderd jaar. Geleidelijk nam zoon Jan (Janneke van de meulder) de molen over. Hij trouwde met de uit Merksplas afkomstige Eugenie Peeraer. De molen maalde met windkracht tot in 1965. In de twintiger en begin dertiger jaren begon echter de mechanisatie om zich heen te grijpen. Ook de molenaars ondergingen daarvan een invloed. Bij de familie Verheyen in Weelde werd een dieselmoter geïnstalleerd. Janneke stierf in 1957 en Eugenie, nog te jong om de zaak op te geven, ging er met haar trouwe helpers , Fons Remeysen en Jos Timmermans, nog een tijdje mee door. In 1963 besloot Jos achter zijn werk in de molen een punt te zetten. Eugenie, die ondertussen de zestig overschreed besloot ermee te stoppen. De molen is een zogenaamde stellingmolen van het type bovenkruier. De molen brandde in 1906 uit, maar hij werd herbouwd door de molenbouwers Goris en Vosters. Over deze brandramp lezen we het volgende in het gemeentearchief: “...Wij hebben de eer u ter kennis te brengen dat deze nacht (11 september 1906) ongeveer 1 uur ‘s morgens de steenen grond-wind en oliemolen toebehoorende aan den heer Karel Verheyen-Van de Wouwer totaal in asch is gelegd. Eene groote hoeveelheid graan is insgelijks door den brand vernield. Aan blusschen viel niet te denken, en met moeite kon men de omliggende gebouwen vrijwaren. De oorzaak alhoewel onbekend kan aan geene kwaadwilligheid toegeschreven worden. De gebouwen alleen waren verzekerd”. In 1921 werden kap en wieken in een hevige storm afgerukt, maar het herstel kwam onmiddellijk. Maar hij beleefde ook mooie dagen, o.a. in 1951 toen zijn eeuwfeest en dat van zijn toenmalige eigenares Angelia Van de Wouwer werd gevierd. Wekelijks wordt de windmolen nog in werking gesteld. Dan is het mogelijk te zien hoe destijds het graan werd gemalen, want de molenstoel in het molenlijf levert dan nog het fijnste meel af. Een gelijkaardige molenstoel en een paar andere machines bevinden zich in het bijgebouw. Die worden aangedreven door een dieselmotor (HR6 Ruston). Het molengebouw is in 1962 op de lijst van de beschermde monumenten opgenomen, maar viel door inactiviteit helemaal ten prooi aan verkommering. Tot in 1989 het gemeentebetsuur de molen aankocht. In januari 1993 keurde de gemeenteraad het restauratieplan goed en werd hij volledig gerestaureerd, zodat hij nu opnieuw pronkt in zijn oorspronkelijke staat. In Weelde zorgt Gerard Leemans daarvoor. Urenlang kan hij aan de molen werken, alles nog eens nazien en ervoor zorgen dat de molen in goede staat blijft. Regelmatig wordt er door hem gemalen, (vee- en kippenvoeder). Einde 2008 werd de vzw Molenkring Arbeid Adelt opgericht en werd het project “Molen Arbeid Adelt” opgestart. Een Leaderprojct voor plattelandsontwikkeling in het leadergebied MarkAante Kempen met steun van Europa, het Vlaamse gewest, de provincie Antwerpen, de VLM en de gemeente Ravels. In juli 2010 werd het hele project gerealiseerd met een toelage van 86.735 Euro. 6 nieuwe molens, een tentoonstellingsruimte, een volledig vernieuwde ontvangstruimte en een leslokaal met educatief centrum voor molenaars zijn het resultaat. ROSMOLEN met kollergang en olieslagbank uit de “Boeretang” watermolen van Dessel. De eerste sporen van bewoning in de omgeving van de Boeretang dateren van 1379 en houden verband met de voormalige nabijgelegen Beekmolen, een slagmolen op de Witte Nete. De molen hoorde tot het boerderijcomplex de Boeretang. 17de-eeuwse documenten vermelden eigenaars van een reeks gronden, alsook van een molen en woonst ter streke van wat later als de Boeretang wordt aangeduid. Tevens wordt beweerd dat de Boeretang ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) als schans zou zijn opgericht. De oprichting van het hoevecomplex gebeurde op een zowel economisch als defensief strategische plaats; in een vruchtbaar, drassig gebied, op het kruispunt van belangrijke verbindingswegen naar de naburige dorpen. Pas vanaf 1672 duiken in documenten concrete gegevens op betreffende de bebouwing van de site: in een lastencohier is er sprake van een “huys, schuere en hoff”. De eerste naamvermelding van de hoeve zelf dateert van 1681. In 1715 werd de hoeve apart verkocht aan Peter Van Balen die hiervoor geld leende bij de abdij van Tongerlo. Een omschrijving uit 1719 wijst dat de boerderij toen bestond uit een “huys, stal schuere en de schapskoye, hoff en de dries daeraen gelegen binnen vestinge…”. Door financiële problemen van de familie Van Balen legde de abdij van Tongerlo in 1741 beslag op de Boeretang. De slechte toestand van de gebouwen noodzaakte de abdij tot grondige herstellingswerken in 1747-1748. In 1759 vonden nogmaals herstellingswerken plaats. Erfgenamen van Peter Van Balen eisten de hoeve terug en na een reeks processen werd de Boeretang in 1763 openbaar verkocht. De koper, F.B. Beltens, later schout van Hoogstraten, kocht ook de Beekmolen, herbouwde deze in steen (1767) en voegde hoeve en molen samen tot een grote pachthoeve en afspanning. De Boeretang en de molen bleven één geheel tot in 1910 een afzonderlijke hoeve bij de molen gebouwd werd; de Beekmolen en bijhorende gebouwen werden in 1966 gesloopt voor een nieuw modern landbouwbedrijf. In de loop van de 19de en de 20ste eeuw werden de gebouwen diverse malen aangepast en hersteld. Rond de jaren 1970 verkeerde het geheel in een sterk verwaarloosde en vervallen toestand. In 1976 werd de omgeving beschermd als landschap, in 1989 de gebouwen als monument. Vanaf 1990 vonden er geen landbouwactiviteit meer plaats op de hoeve. In 1992 werd in een eerste fase de vervallen stal/schuurgebouw gerestaureerd en heringericht tot een ontmoetingscentrum/verbruikerszaal; de gedeeltelijk gedichte vest werd opnieuw open gelegd en verbonden met de Witte Nete. De restauratie van woonhuis en karrenschob vond plaats in 1997-2000; voor de gebouwen werd een bouwhistorische studie opgemaakt. Hoe is het allemaal begonnen ... In 2013 kocht de molenkring “Arbeid Adelt” vzw een oude kollergang uit de verdwenen olieslagmolen (anno 1379) van de “Boerentang” watermolen te Dessel. Dit familiestuk was nog in onverdeeldheid bij de kinderen Ooms. Er gingen vele onderhandelingen vooraf om iedereen van de familie zover te krijgen dat ze toestemden tot verkoop, nadat wij beloofden deze terug op te bouwen bij de molen in Weelde . Het gemeentebestuur van Ravels beloofde toen dat zij de opbouw van de rosmolen met kollergang zouden inbrengen in het Masterplan i.s.m. Kempisch Landschap en het herinrichten van de oude dorpskern van Weelde met een molenplein en herprofilering van de kasseiweg. De omgeving van de kerk en pastorij met burcht, is ondertussen wel mooi gerenoveerd. De molenkring is vanaf 2016 gesprekken aangegaan met het gemeentebestuur om alsnog verder te kunnen gaan met de realisatie van de beloofde bouw van de rosmolen. Rosmolen wordt Leaderproject Patrick Vloemans, secretaris van de molenkring komt in het najaar 2017 met het idee om hiervoor een Leaderproject op te starten. Vanaf dan is alles in een stroomversnelling gekomen. In het voorjaar van 2021 , in het coronatijdperk, werd de bouw van de rosmolen voltooid. De gediplomeerde molenaars en vrijwilligers van de beschermde molen “Arbeid Adelt” willen met dit project de identiteit van molenaarsambacht, de binding met landbouw en natuur op educatieve wijze doorgeven. Het pletten van zaden en granen, deze tot olie slaan, om dan via de “korte keten” filosofie, landbouw, plaatselijke economie en toerisme te binden om alzo plattelandsbeleving in de huiskamer te brengen met eigen streekproducten.