
Kluiskapel
Monument
Info
In den beginne… borrelde aan de rand van het Asserenbos op de plaats genaamd Breedeik een levenskrachtig zoniet heilig bronneken, eeuwen later « Kluizeputteken » genaamd.
Op het einde van de 7de eeuw, mogelijk in de 8ste eeuw, kwam Sint Ursmarus, abt van Lobbes bij Thuin, naar hier om onze streek te kerstenen.
De stichting van een « cella » (= bidplaats, kluis of primitief kloostertje), wordt aan hem toegeschreven en algemeen wordt aanvaard dat de huidige kluis nog een relict is.
De mooie legende van het « eeuwigheidsvogeltje » wordt ook met deze stichting in verband gebracht.
Toen op het einde van de 11de eeuw, namelijk in 1085 de abdij van Affligem werd gesticht, maakte de abdij van Lobbes nog aanspraak op deze streek. De « Kluizerij » kwam echter in het bezit van de abdij van Affligem.
In de 12de eeuw werd de Kluis door enkele kluizenaars bewoond waarvan de namen bekend zijn. De belangrijkste was wel Radulfus de Zwijger, die in de Kluis werd begraven en er langere tijd werd vereerd, tot zijn cultus door de Mariaverering werd verdrongen. De Kluis werd een Mariakapel.