Passieconcert 2012
Niet alleen J.S.Bach schreef aangrijpende passiemuziek, ook zijn leermeester Dietrich Buxtehude componeerde een ontroerend mooi passieverhaal: "Membra Jesu Nostri", zeven cantates die het lijden van Jesus verbeelden. Het Mechels Kathedraalkoor brengt met dit werk barokmuziek van dramatische schoonheid en smartelijk medevoelen.
- Wanneer
- zo 25/03/12 om 16:00
- Waar
-
Sint-Romboutskathedraal
Onder den Toren 11, 2800 Mechelen
Wegbeschrijving, Routeplanner De Lijn - Wie
- Het Mechels Kathedraalkoor (koor)
- Prijs
- € 15 (Tickets in voorverkoop : € 10 bij Boekhandel Salvator, Befferstraat 5, 2800 Mechelen Telefonische reservaties : 015/33 60 45 of 0478/284 143 of via kathedraalconcert@telenet.be)
- Contact
-
kathedraalconcert@telenet.be
+32 476 499301
- Links
- www.mechelen.be
Programma: uitvoering van enkele cantates uit "Membra Jesu Nostri" van Buxtehude voor 2 violen, continuo, koor en soli.
Ook enkele passiemotetten van Hammerschmidt, Franck en Kuhnau voor koor en continuo.
Uitvoerders zijn: D. Vandaele en M. Herssens, barokviolen; P. Stas, barokcello; P. Vandeveire, barokbas; P. Pieters, orgel; Gr. De Volder, sopraan; W. Dumont, alt; het Mechels kathedraalkoor o.l.v. J. Van Bouwelen.
Bespreking van de cantates waaruit "Membra Jesu Nostri" van Dietrich Buxtehude is opgebouwd.
Het aan zijn vriend Gustaf Grüben - hofkapelmeester aan het Zweedse hof - opgedragen werk werd in 1680 gecomponeerd als passiemuziek. Het bestaat uit zeven losse delen. Hoewel ze als losse delen uitgegeven werden moet er toch vanuit gegaan worden dat het de bedoeling was ze als een cyclus op te voeren.
De tekst die Buxtehude gebruikt voor zijn compositie gaat terug op een aan Bernhard van Clairvaux (1090-1153) toegeschreven zevendelige tekst: Rhytmica oratio ad unum quodlibet membrorum Christi patientis et a cruce pendentis. Een middeleeuwse religieuze tekst waarbij een mystieke meditatie opgeroepen werd aan de hand van de verschillende onderdelen van het gekruisigde lichaam van Christus.
Uitgaande van de zeven delen componeerde Buxtehude zijn Membra Jesu nostri met toevoeging van teksten uit het voornamelijk - oude testament. De bijbelteksten worden als tuti gezongen. De teksten uit de Rhytmica worden als barokaria's voor een of meer solostemmen uitgevoerd.
Het wekt verbazing dat Buxtehude die protestant was, een mystieke Latijnse tekst uit de middeleeuwen op muziek zette. Maar zo vreemd was het eigenlijk niet. In de tijd van Buxtehude werd er wel meer gedweept met middeleeuwse mystici. Het aantal van 7 cantaten is ook geen toevalligheid. Ze herinnert onder andere aan de zeven laatste woorden van de verlosser aan het kruis. Daarnaast neemt in de bijbel het getal '7' een prominente plaats in, terwijl Buxtehude ook in andere werken het getal zeven gebruikt. In de Kabbala de Joodse mystiek staat zeven ( netzach ) voor subjectiviteit, emotie en spirituele hartstocht.
Alle cantaten hebben eenzelfde opbouw: na een instrumentale inleiding volgt een door koor of terzet gezongen bijbeltekst. Daarna komen drie strofen uit de 'Rhytmica Oratio' in de vorm van aria's of solistenensembles. Elk deel eindigt met een herhaling van de zangpartij waarmee het begint. Dit met uitzondering van het laatste deel, dat eindigt met een door het koor gezongen Amen.
De teksten uit de bijbel zijn, met uitzondering van deel V, uit het oude testament. Het vijfde deel 'Ad Pectus' aan de borst beschrijft de borst niet alleen als lichaamsdeel van Jezus, maar ook als zinnenbeeld voor de zetel van de Goddelijke liefde. Deel VI kan als middelpunt van het werk beschouwd worden, met een aan het hart van Christus gerichte liefdesbetuiging aan de hand van het hooglied. De keuze voor het hooglied zal geen toeval zijn, aangezien het voor Bernhard van Clairvaux de favoriete bijbeltekst was.
De oorspronkelijke tekst was bedoelt als een poging tot een mystieke ervaring te komen van het lichaam van Jezus. Buxtehude heeft met dezelfde intentie dit werk gecomponeerd. De compositieleer ten tijde van de barok, die regels had voor het weergeven van gevoelens en het toonzetten van een tekst, worden volledig genegeerd. In de muziek klinkt geen tekst door maar de geest van de verschillende strofen. Soms zit de muziek vol dissonanten, deze drukken echter minder het lijden van Jezus aan het kruis uit, als wel de innerlijke geloofsdrang van de gelovige.
De tekst van de 'Rhytmica oratio' heeft in de loop der eeuwen voor velen de bezielende kracht tot mystieke ervaringen verloren. De muziek echter, waartoe Buxtehude zich heeft laten inspireren door de tekst, weet tot de dag van vandaag die krachtige gevoelens op te roepen waarvoor de juiste woorden ontbreken.
Gepubliceerd via www.uitdatabank.be
Ook enkele passiemotetten van Hammerschmidt, Franck en Kuhnau voor koor en continuo.
Uitvoerders zijn: D. Vandaele en M. Herssens, barokviolen; P. Stas, barokcello; P. Vandeveire, barokbas; P. Pieters, orgel; Gr. De Volder, sopraan; W. Dumont, alt; het Mechels kathedraalkoor o.l.v. J. Van Bouwelen.
Bespreking van de cantates waaruit "Membra Jesu Nostri" van Dietrich Buxtehude is opgebouwd.
Het aan zijn vriend Gustaf Grüben - hofkapelmeester aan het Zweedse hof - opgedragen werk werd in 1680 gecomponeerd als passiemuziek. Het bestaat uit zeven losse delen. Hoewel ze als losse delen uitgegeven werden moet er toch vanuit gegaan worden dat het de bedoeling was ze als een cyclus op te voeren.
De tekst die Buxtehude gebruikt voor zijn compositie gaat terug op een aan Bernhard van Clairvaux (1090-1153) toegeschreven zevendelige tekst: Rhytmica oratio ad unum quodlibet membrorum Christi patientis et a cruce pendentis. Een middeleeuwse religieuze tekst waarbij een mystieke meditatie opgeroepen werd aan de hand van de verschillende onderdelen van het gekruisigde lichaam van Christus.
Uitgaande van de zeven delen componeerde Buxtehude zijn Membra Jesu nostri met toevoeging van teksten uit het voornamelijk - oude testament. De bijbelteksten worden als tuti gezongen. De teksten uit de Rhytmica worden als barokaria's voor een of meer solostemmen uitgevoerd.
Het wekt verbazing dat Buxtehude die protestant was, een mystieke Latijnse tekst uit de middeleeuwen op muziek zette. Maar zo vreemd was het eigenlijk niet. In de tijd van Buxtehude werd er wel meer gedweept met middeleeuwse mystici. Het aantal van 7 cantaten is ook geen toevalligheid. Ze herinnert onder andere aan de zeven laatste woorden van de verlosser aan het kruis. Daarnaast neemt in de bijbel het getal '7' een prominente plaats in, terwijl Buxtehude ook in andere werken het getal zeven gebruikt. In de Kabbala de Joodse mystiek staat zeven ( netzach ) voor subjectiviteit, emotie en spirituele hartstocht.
Alle cantaten hebben eenzelfde opbouw: na een instrumentale inleiding volgt een door koor of terzet gezongen bijbeltekst. Daarna komen drie strofen uit de 'Rhytmica Oratio' in de vorm van aria's of solistenensembles. Elk deel eindigt met een herhaling van de zangpartij waarmee het begint. Dit met uitzondering van het laatste deel, dat eindigt met een door het koor gezongen Amen.
De teksten uit de bijbel zijn, met uitzondering van deel V, uit het oude testament. Het vijfde deel 'Ad Pectus' aan de borst beschrijft de borst niet alleen als lichaamsdeel van Jezus, maar ook als zinnenbeeld voor de zetel van de Goddelijke liefde. Deel VI kan als middelpunt van het werk beschouwd worden, met een aan het hart van Christus gerichte liefdesbetuiging aan de hand van het hooglied. De keuze voor het hooglied zal geen toeval zijn, aangezien het voor Bernhard van Clairvaux de favoriete bijbeltekst was.
De oorspronkelijke tekst was bedoelt als een poging tot een mystieke ervaring te komen van het lichaam van Jezus. Buxtehude heeft met dezelfde intentie dit werk gecomponeerd. De compositieleer ten tijde van de barok, die regels had voor het weergeven van gevoelens en het toonzetten van een tekst, worden volledig genegeerd. In de muziek klinkt geen tekst door maar de geest van de verschillende strofen. Soms zit de muziek vol dissonanten, deze drukken echter minder het lijden van Jezus aan het kruis uit, als wel de innerlijke geloofsdrang van de gelovige.
De tekst van de 'Rhytmica oratio' heeft in de loop der eeuwen voor velen de bezielende kracht tot mystieke ervaringen verloren. De muziek echter, waartoe Buxtehude zich heeft laten inspireren door de tekst, weet tot de dag van vandaag die krachtige gevoelens op te roepen waarvoor de juiste woorden ontbreken.
Gepubliceerd via www.uitdatabank.be
© R. De Leebeeck/VZW De Sint-Romboutskathedraal
Maak zelf een UiTiD
Met je eigen UiTiD ontvang je aanbevelingen op jouw maat, kan je deelnemen aan onze wedstrijden en inschrijven op onze nieuwsbrief.
Meld je direct aan via:
Geen Facebook, Twitter of Google-account?
Meld je aan met je UiTiD
Of registreer een nieuw UiTiD.