Erik Heyman, Verzamelde Gedichten
Erik Heyman (1960-2010) was een gedreven leraar en dichter die vier poëziebundels publiceerde. In 2009 werd bij Erik een hersentumor vastgesteld die hem een jaar later fataal werd. Op 28 sept. zou hij 50 geworden zijn, ter gelegenheid hiervan worden op vrij. 8 okt. 2010 in GC Warande te Liedekerke postuum zijn Verzamelde Gedichten gepresenteerd. Een aantal collega-dichters zal poëzie voorlezen.
- Wanneer
- vrij 08/10/10 om 20:00
- Waar
-
GC Warande
Opperstraat 29, 1770 Liedekerke
Wegbeschrijving, Routeplanner De Lijn - Wie
- Patrick Bernauw (dichter), Bert Bevers (dichter), Piet Brak (dichter), Chrétien Breukers (dichter), Alain Delmotte (dichter), Herman Fierens (dichter), Albert Hagenaars (dichter), Frank Pollet (dichter), Paul Rigolle (dichter), Willie Verhegghe (dichter), Herlinda Vekemans (dichter), Eddy Peeremans (muziek)
- Prijs
- Gratis
- Contact
-
0476 38 62 24
- Links
-
erikheyman.be
www.liedekerke.be
Een bloemlezing uit Erik Heymans werk:
TRILLING
Voor Gerrit Achterberg
Ik steel de klank van kale wanden
en vrees de maat die ik vereer.
Ik zend mij spoorloos naar u uit:
wij zijn geketend door geluid.
Maar zo besta ik dan: mijn schrale banden,
in hun frequentie aan de bron ontspoord,
sluiten op mijn periode aan:
het zwijgen kan slechts in mijn keel ontstaan.
Ik plant mijn golfgetal op die omwenteling
en voel hoe ik onmeetbaar resoneer:
daar vervolledigt de gedempte kring
mijn grondtoon, die ik haastig genereer.
Eén lengte overspant het blinde koord:
dit wederkerend, trillend woord.
Uit Neergeschreven (Poëziestichting Vers, 1981)
i.viii
Volgt dan het vloeien voor het glijden.
Volgt het verstaan. Volgt toch het falen.
Volgt het verbergen voor elkaar.
Volgt het verklaren
Volgt niet het slapen in een bed vol water.
Volgt soms het redden van elkaar,
Volgt het ontwaken. Volgt niet
Het gloeien het bewaren.
Volgt het vergaan
Volgt het verlaten.
Uit Ijstijd (Wel, 1984)
Credo
Wij moeten nog niet
aangebroken dat wil
zeggen met de ogen dicht
geloven dat elk woord
dat niet kan worden
uitgesproken nog jaren
lang op onze lippen ligt.
Want het went nooit, wij
kunnen het niet helpen
dat alles wat onder de
huid wordt opgeplooid
een bloeding blijft die
niemand kent en niemand
meer kan stelpen.
En of wij alles vrezen
wat wij niet vergeten, of
het vermoeden wat ons
gaande houdt, wij zullen
het dan toch nooit zeker
weten: wij weigeren en
weigeren ons oud.
Uit Dagmaat (De Arbeiderspers, 1994)
Cantus Firmus
Is er een hemel hoger dan
de hand die plots de honger
van een kind kan stillen,
is er een licht dat naar
een spitsboog klimt of maar
een knieval doet voor elke
schuifelende voet en voor het
breken van de stem als zij in
dit arduin zal zijn vergeten,
en valt het lied nog te vermijden
waarmee wij altijd zullen weten hoe
tot slot de navel kraakt en dat
een arm onaangeraakt naar dat
gedurig evenwicht zal glijden?
Uit Mantis (PoëzieCentrum Gent, 2006)
TRILLING
Voor Gerrit Achterberg
Ik steel de klank van kale wanden
en vrees de maat die ik vereer.
Ik zend mij spoorloos naar u uit:
wij zijn geketend door geluid.
Maar zo besta ik dan: mijn schrale banden,
in hun frequentie aan de bron ontspoord,
sluiten op mijn periode aan:
het zwijgen kan slechts in mijn keel ontstaan.
Ik plant mijn golfgetal op die omwenteling
en voel hoe ik onmeetbaar resoneer:
daar vervolledigt de gedempte kring
mijn grondtoon, die ik haastig genereer.
Eén lengte overspant het blinde koord:
dit wederkerend, trillend woord.
Uit Neergeschreven (Poëziestichting Vers, 1981)
i.viii
Volgt dan het vloeien voor het glijden.
Volgt het verstaan. Volgt toch het falen.
Volgt het verbergen voor elkaar.
Volgt het verklaren
Volgt niet het slapen in een bed vol water.
Volgt soms het redden van elkaar,
Volgt het ontwaken. Volgt niet
Het gloeien het bewaren.
Volgt het vergaan
Volgt het verlaten.
Uit Ijstijd (Wel, 1984)
Credo
Wij moeten nog niet
aangebroken dat wil
zeggen met de ogen dicht
geloven dat elk woord
dat niet kan worden
uitgesproken nog jaren
lang op onze lippen ligt.
Want het went nooit, wij
kunnen het niet helpen
dat alles wat onder de
huid wordt opgeplooid
een bloeding blijft die
niemand kent en niemand
meer kan stelpen.
En of wij alles vrezen
wat wij niet vergeten, of
het vermoeden wat ons
gaande houdt, wij zullen
het dan toch nooit zeker
weten: wij weigeren en
weigeren ons oud.
Uit Dagmaat (De Arbeiderspers, 1994)
Cantus Firmus
Is er een hemel hoger dan
de hand die plots de honger
van een kind kan stillen,
is er een licht dat naar
een spitsboog klimt of maar
een knieval doet voor elke
schuifelende voet en voor het
breken van de stem als zij in
dit arduin zal zijn vergeten,
en valt het lied nog te vermijden
waarmee wij altijd zullen weten hoe
tot slot de navel kraakt en dat
een arm onaangeraakt naar dat
gedurig evenwicht zal glijden?
Uit Mantis (PoëzieCentrum Gent, 2006)
© erven Erik Heyman
Maak zelf een UiTiD
Met je eigen UiTiD ontvang je aanbevelingen op jouw maat, kan je deelnemen aan onze wedstrijden en inschrijven op onze nieuwsbrief.
Meld je direct aan via:
Geen Facebook, Twitter of Google-account?
Meld je aan met je UiTiD
Of registreer een nieuw UiTiD.