Art kept me out of jail
In 2008 maakte Jan Fabre zijn opwachting in het Louvre met de tentoonstelling L’Ange de la métamorphose. Hij voerde er ook de performance Art kept me out of jail! uit, geïnspireerd door het verhaal van de Franse gangster Jacques Mesrine.
- Wanneer
- open di, woe, vrij, za, zo van 11:00 tot 18:00 do van 11:00 tot 21:00
- Waar
-
M HKA
Leuvenstraat 32, 2000 Antwerpen
Wegbeschrijving, Routeplanner De Lijn - Wie
- Jan Fabre
- Prijs
- € 6
- Contact
-
info@muhka.be
Telefoon: +32 3 2609999
Fax: +32 3 2162486 - Links
-
www.mhka.be
www.muhka.be
De video-opnames van deze performance schonk hij recent aan het M HKA. We tonen deze nieuwe installatie in combinatie met die van twee andere onvergetelijke performances, Virgin/Warrior en Sanguis/Mantis.
Jan Fabre katapulteerde zichzelf in 1982 uit de marge meteen internationaal in de schijnwerpers met zijn Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was en bestendigde dit beeld twee jaar later met De macht der theaterlijke dwaasheden. In het verlengde daarvan werd hij ook in de beeldende kunstscène een gewaardeerd kunstenaar die in prestigieuze galerijen en musea zijn opwachting maakte.
Waar zijn theaterwerk en ook het latere beeldende werk sindsdien uitputtend bestudeerd werd, bleef alles wat Fabre voordien gedaan had, onbelicht. Hier en daar werden wel een paar oude werken opnieuw onder de aandacht gebracht, zoals de Theezakjeskamer (1978, uitgevoerd in Watou in 1995), de reeks 8mm kortfilmpjes (1980-82) in een editie voor de VMHK in Gent, het Neuslaboratorium (1978-79) in de tuin van zijn ouders, of de Wetskamer (1979) en Wetskelder (1979) met zijn weckpotten in Fondation Claudine et Jean-Marc Salomon, château dArenthon, Alex (F) en het MAMAC in Nice.
Amper gedocumenteerd vielen de eerste tien jaar van een enorme beeldende kunstactiviteit weg. Zo ontstond een beeld van theater, dans en opera enerzijds, en tekeningen, sculpturen, films en installaties anderzijds, die onderling moeilijk met elkaar te rijmen leken. Het M HKA ging in 2006 dan ook de uitdaging aan om een beeld te scheppen van de eerste jaren van Fabres kunstpraktijk.
Dit vanuit het geloof dat het belang en de eigenheid van Fabre als kunstenaar primair in zijn voortdurende beweging ligt. Wij zien Fabre als een oeuvrekunstenaar, een kunstenaar van wie het werk belangrijk is als één samenhangend geheel. De afzonderlijke werken krijgen hun energie en samenhang uit die bredere beweging met zijn vele inzetten. Het M HKA zocht in 2006 samen met Fabre een presentatievorm om hieraan uitdrukking te geven. Met aandacht voor beelden die geen kunstwerk zijn geworden maar wel kunst zijn, voor documentatie als enige overblijvende toegang zijn tot handelingen, voor klank en tekstflarden Omdat Jan Fabre een homo faber is, een doende mens, werd teruggegrepen naar een titel van de vroege tentoonstelling Homo Fabere (1981).
De kunst van Fabre is kunst die ontstaat uit handelen en die daar verder toe wil aanzetten. Door deze benadering wordt het schijnbare schisma tussen de theatermaker en de beeldende kunstenaar opgeheven. Dat wordt pas goed duidelijk bij een meer aandachtige benadering van Jan Fabres vroege artistieke praktijk, voorafgaand aan Het is theater Parallel aan deze performanceactiviteit ontwikkelde Fabre werken die men installaties kan noemen maar die volledig verweven zijn met deze performance-inzet.
Het project Homo Faber bestond naast de M HKA tentoonstelling ook uit de gelijknamige presentatie in het Koninklijk Museum van Schone Kunsten (KMSKA), waar hij zijn werk op schitterende wijze in relatie bracht met de collectie van dit instituut. In 2008 kreeg dit dubbelproject twee verlengstukken in Parijs: de veelbesproken tentoonstelling LAnge de la métamorphose in het Louvre en de vijf uur durende performance Art kept me out of Jail, rond de Franse gangster Jacques Mesrine. Deze grootmeester van de vermomming ontsnapte keer op keer uit de gevangenis, tot hij in 1979 zonder enige vorm van proces werd neergeschoten door de Franse politie. De figuur van Mesrine, als metafoor voor de kunstenaar als luis in de pels van de samenleving, houdt Fabre al lang bezig. In het Louvre, museum der musea, in de galerie Daru, tussen de antieke sculpturen en sarcofagen, vermomde Fabre zich net als zijn gangsteridool - telkens weer in andere gedaantes, om uiteindelijk onder een lang kogelsalvo te bezwijken aan de voet van de Nikè van Samothrake.
Fabre houdt van het medium performance omdat het zich onttrekt aan alle regels van de beeldende kunst en van het theater. In het Louvre keerde hij terug naar zijn artistieke roots. Bij zijn terugkeer uit Parijs besloot de kunstenaar om de video-opnames van deze spraakmakende performance te schenken aan het M HKA, dat reeds zorg draagt voor zijn vroege performance-videos. Naar aanleiding van de schenking en het verschijnen van de bijhorende publicatie zal het M HKA deze opnames vanaf het voorjaar 2010 voor het eerst tonen, onder andere in combinatie met die van twee andere belangrijke performances Sanguis/Mantis (Polysonneries Festival, Lyon 2001) waarin hij gehuld in een loodzwaar harnas tekeningen maakte en teksten schreef met zijn eigen bloed - en Virgin/Warrior (Palais de Tokyo, Parijs 2004) een performance met Marina Abramović die ging over het idee van vergiffenis en het bloed.
Jan Fabre katapulteerde zichzelf in 1982 uit de marge meteen internationaal in de schijnwerpers met zijn Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was en bestendigde dit beeld twee jaar later met De macht der theaterlijke dwaasheden. In het verlengde daarvan werd hij ook in de beeldende kunstscène een gewaardeerd kunstenaar die in prestigieuze galerijen en musea zijn opwachting maakte.
Waar zijn theaterwerk en ook het latere beeldende werk sindsdien uitputtend bestudeerd werd, bleef alles wat Fabre voordien gedaan had, onbelicht. Hier en daar werden wel een paar oude werken opnieuw onder de aandacht gebracht, zoals de Theezakjeskamer (1978, uitgevoerd in Watou in 1995), de reeks 8mm kortfilmpjes (1980-82) in een editie voor de VMHK in Gent, het Neuslaboratorium (1978-79) in de tuin van zijn ouders, of de Wetskamer (1979) en Wetskelder (1979) met zijn weckpotten in Fondation Claudine et Jean-Marc Salomon, château dArenthon, Alex (F) en het MAMAC in Nice.
Amper gedocumenteerd vielen de eerste tien jaar van een enorme beeldende kunstactiviteit weg. Zo ontstond een beeld van theater, dans en opera enerzijds, en tekeningen, sculpturen, films en installaties anderzijds, die onderling moeilijk met elkaar te rijmen leken. Het M HKA ging in 2006 dan ook de uitdaging aan om een beeld te scheppen van de eerste jaren van Fabres kunstpraktijk.
Dit vanuit het geloof dat het belang en de eigenheid van Fabre als kunstenaar primair in zijn voortdurende beweging ligt. Wij zien Fabre als een oeuvrekunstenaar, een kunstenaar van wie het werk belangrijk is als één samenhangend geheel. De afzonderlijke werken krijgen hun energie en samenhang uit die bredere beweging met zijn vele inzetten. Het M HKA zocht in 2006 samen met Fabre een presentatievorm om hieraan uitdrukking te geven. Met aandacht voor beelden die geen kunstwerk zijn geworden maar wel kunst zijn, voor documentatie als enige overblijvende toegang zijn tot handelingen, voor klank en tekstflarden Omdat Jan Fabre een homo faber is, een doende mens, werd teruggegrepen naar een titel van de vroege tentoonstelling Homo Fabere (1981).
De kunst van Fabre is kunst die ontstaat uit handelen en die daar verder toe wil aanzetten. Door deze benadering wordt het schijnbare schisma tussen de theatermaker en de beeldende kunstenaar opgeheven. Dat wordt pas goed duidelijk bij een meer aandachtige benadering van Jan Fabres vroege artistieke praktijk, voorafgaand aan Het is theater Parallel aan deze performanceactiviteit ontwikkelde Fabre werken die men installaties kan noemen maar die volledig verweven zijn met deze performance-inzet.
Het project Homo Faber bestond naast de M HKA tentoonstelling ook uit de gelijknamige presentatie in het Koninklijk Museum van Schone Kunsten (KMSKA), waar hij zijn werk op schitterende wijze in relatie bracht met de collectie van dit instituut. In 2008 kreeg dit dubbelproject twee verlengstukken in Parijs: de veelbesproken tentoonstelling LAnge de la métamorphose in het Louvre en de vijf uur durende performance Art kept me out of Jail, rond de Franse gangster Jacques Mesrine. Deze grootmeester van de vermomming ontsnapte keer op keer uit de gevangenis, tot hij in 1979 zonder enige vorm van proces werd neergeschoten door de Franse politie. De figuur van Mesrine, als metafoor voor de kunstenaar als luis in de pels van de samenleving, houdt Fabre al lang bezig. In het Louvre, museum der musea, in de galerie Daru, tussen de antieke sculpturen en sarcofagen, vermomde Fabre zich net als zijn gangsteridool - telkens weer in andere gedaantes, om uiteindelijk onder een lang kogelsalvo te bezwijken aan de voet van de Nikè van Samothrake.
Fabre houdt van het medium performance omdat het zich onttrekt aan alle regels van de beeldende kunst en van het theater. In het Louvre keerde hij terug naar zijn artistieke roots. Bij zijn terugkeer uit Parijs besloot de kunstenaar om de video-opnames van deze spraakmakende performance te schenken aan het M HKA, dat reeds zorg draagt voor zijn vroege performance-videos. Naar aanleiding van de schenking en het verschijnen van de bijhorende publicatie zal het M HKA deze opnames vanaf het voorjaar 2010 voor het eerst tonen, onder andere in combinatie met die van twee andere belangrijke performances Sanguis/Mantis (Polysonneries Festival, Lyon 2001) waarin hij gehuld in een loodzwaar harnas tekeningen maakte en teksten schreef met zijn eigen bloed - en Virgin/Warrior (Palais de Tokyo, Parijs 2004) een performance met Marina Abramović die ging over het idee van vergiffenis en het bloed.
© M HKA
Maak zelf een UiTiD
Met je eigen UiTiD ontvang je aanbevelingen op jouw maat, kan je deelnemen aan onze wedstrijden en inschrijven op onze nieuwsbrief.
Meld je direct aan via:
Geen Facebook, Twitter of Google-account?
Meld je aan met je UiTiD
Of registreer een nieuw UiTiD.
